Orthopedie

Orthopedie is een specialisme dat operatief alsook niet operatief alle vormen van bot- en spierproblemen behandelt. Het betreft aldus alle afwijkingen van het bewegingsstelsel. Het behandelt zowel acute als chronische afwijkingen, gaande van ongevallen tot artrose op gevorderde leeftijd.

Orthopedie is dus een specialisme dat betrekking kan hebben op alle leeftijden en op vele delen van het lichaam. Vanuit dat oogpunt is het niet onlogisch dat er enkele subspecialiteiten zijn ingevoerd, waarbij dokters gespecialiseerd zijn in bijvoorbeeld de schouder of zeer specifieke rugafwijkingen. Zo bestaan er bijvoorbeeld commissies waarbij dokters met een verschillende specialisatie zich over de problematiek van een patiënt kunnen buigen om zo tot een oplossing te komen. Zodoende kan men de patiënt de gepaste behandeling geven.

Schouder

Schouderinstabiliteit

De schouder is het mobielste gewricht van het hele lichaam, het zorgt ervoor dat we onze arm pijnloos naar nagenoeg alle richtingen kunnen bewegen. Dit is echter slechts mogelijk met een intact gewrichtskapsel en daarbij behorende sterke ligamenten. Functioneren deze niet goed, dan kan een ontwrichting van de schouder optreden, met als gevolg veel pijn en bewegingsbeperkingen. Dit noemen we schouderinstabiliteit.

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijn bij extreme bewegingen, sporten of werpen;
  • een gevoel van te grote beweeglijkheid en pijnlijk klikken van de schouder.

Wil men bevestiging van deze afwijking dan zal de arts enkele instabiliteitstesten afnemen en proberen de pijnklachten op te wekken zonder de schouder te ontwrichten. Vaak is een radiografie, echografie of MRI-scan nodig om het letsel te bevestigen.

De behandeling is afhankelijk van het type van de instabiliteit, uw leeftijd en eventueel andere letsels. De arts kan beslissen te beginnen met een oefenschema maar ook een operatie behoort tot de mogelijkheden, zowel een open operatie of een kijkoperatie. Ondergaat u echter een operatie, dan is het erg belangrijk dat u erna een intensieve oefentherapie bij de kinesist ondergaat.

Pees- en aanverwante slijtageletsels van de schouder

De grote schouderpees raakt ingeklemd met nog een kleinere pees tussen twee botten. Deze pezen lopen door een tunnel. Bij het ouder worden of bij het belasten, schuren deze pezen tegen het dak van deze tunnel. Elke keer u uw schouder beweegt, raken deze structuren gekwetst. Dit zorgt voor een ontsteking en veel pijn aan de schouder. Uiteindelijk kan dit leiden tot een scheur van deze pezen, bewegingsbeperking en pijn. Bovendien kunnen deze letsels ook gepaard gaan met slijtageletsels en artrose van de verschillende schoudergewrichten.

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijn bij activiteiten boven de schoudergordel zoals werken, bewegen, schilderen, … ;
  • ’s nachts wakker wordt door pijn als u op uw schouder ligt.

Een arts zal een lichamelijk onderzoek uitvoeren waarbij de pees wordt ingeklemd. Vaak zal een radiografie, echografie of magnetische scan echter meer duidelijkheid moeten brengen.

De behandeling voor een pees- en aanverwante slijtageletsels van de schouder zal in eerste instantie bestaan uit een oefentherapie met of zonder een kinesist.

Volstaat de kinesitherapie niet, dan is er altijd de mogelijkheid om voedingssupplementen, ontstekingsremmers en hyaluronzuurinjecties te verbruiken. Als laatste mogelijkheid alvorens een operatie is de cortisonespuit. Volstaat ook deze niet zal de arts een operatie aanraden. Daarbij is ook die nabehandeling met een kinesist erg belangrijk.

Schouderartrose

De schoudergordel bestaat uit drie gewrichten. Eén ervan is het groot schoudergewricht: dit bestaat uit een bol en een klein pannetje. Deze beide botuiteinden zijn bedekt met een laag kraakbeen dat dient om het gewricht pijnloos te laten bewegen. Als dit kraakbeen ziek of aangetast is door slijtage, een oud ongeval, reuma of een andere gewrichtsontsteking, ontstaat er artrose.

De mogelijke symptomen van schouderartrose zijn:

  • pijn, bewegingsbeperking en stijfheid tijdens het werken;
  • nachtelijke pijnen;

De arts zal eerst een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Een radiografie, echografie of MRI kan ook bijkomende informatie verschaffen.

Men zal steeds een operatie proberen te vermijden en opteren voor oefentherapie, medicatie en kinesitherapie. Biedt dit echter geen oplossing op lange termijn, dan zal u een schouderprothese moeten overwegen.

Daarnaast kan u voedingssupplementen innemen. Deze zijn als het ware de bouwstenen van de gewrichten en zullen dus aanzienlijk helpen indien u af en toe last hebt. Voedingssupplementen zoals Osteoplus, Bio Glucosamine, Dexsil, Bio Rhumal of Biocondil worden aangeraden.

Elleboog

Tenniselleboog

Als de strekspieraanhechtingen van pols en vingers overbelast geraken, scheuren of niet goed meer functioneren ontstaat er een soort van ontsteking. Repetitieve handelingen zoals schroeven, kloppen, draaien, pc-werk, secretariaatswerk en sporten kunnen dit veroorzaken.

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijn aan de buitenzijde van de elleboog bij het strekken van de vingers en de pols, vooral na werk, sport en repetitieve handelingen.

De arts zal drukken op de buitenknobbel en vragen om uw pols en vingers te strekken tegen weerstand. Hij zal misschien ook vragen om bepaalde zaken te doen waardoor de pijn wordt veroorzaakt, zoals een stoel optillen. Verder is het mogelijk dat u een radiografie en een echografie moet ondergaan om de peesletsels te bevestigen.

De meeste patiënten kunnen worden behandeld met oefentherapie en kinesitherapie. Vaak zijn dit type letsels ook werkgerelateerd, dus schakelt u best uw arbeidsgeneesheer of preventieadviseur in om uw werkomstandigheden te verbeteren. In sommige gevallen is een operatie echter toch aangewezen.

 

Golferselleboog

Als de buigspieraanhechtingen van de pols en vingers overbelast geraken, scheuren of niet goed meer functioneren, ontstaat er een soort van ontsteking die gepaard gaat met pijn. Repetitieve handelingen zoals schroeven, kloppen, draaien, pc-werk, secretariaatswerk en sporten kunnen dit veroorzaken.

Mogelijke symptomen zijn pijn aan de binnenzijde van de elleboog bij het buigen van hand en pols, vooral na werk, sport en repetitieve handelingen. Daarnaast is het soms mogelijk dat u voosheid en tintelingen in de pink en ringvinger voelt.

De arts zal drukken op de binnenknobbel en vragen om uw pols en vingers te buigen tegen weerstand. Hij zal misschien ook vragen om bepaalde zaken te doen waardoor de pijn wordt uitgelokt, zoals een stoel optillen. Verder zal u allicht een radiografie en een echografie ondergaan.

De meeste patiënten kunnen worden behandeld met oefentherapie of kinesitherapie. Vaak zijn dit type letsels ook werkgerelateerd, dus schakelt u best uw arbeidsgeneesheer of preventieadviseur in om uw werkomstandigheden te verbeteren. In sommige gevallen is een operatie aangewezen.

Elleboog zenuwlijden

De elleboogzenuw loopt in een gootje achter het knobbeltje aan de binnenzijde van de elleboog. Bij het plooien en strekken van de elleboog kan deze zenuw gekneld geraken en veel pijn en tintelingen geven in de pink en ringvinger. De elleboogzenuw kan ook ontsteken en pijn geven na een ongeval. Verder kunnen verkalkingen rondom de elleboog, reuma en andere veralgemeende ontstekingsziekten deze zenuw aantasten. Deze aandoening komt soms samen voor met een golferselleboog.

Mogelijke symptomen zijn pijn aan de binnenzijde van de elleboog, elektrische schokjes wanneer u de elleboog ergens tegenaan stoot, typische tintelingen in de pink en ringvinger.

De arts zal uw elleboog onderzoeken en sterk buigen en strekken, zachtjes tikken op de zenuw om de pijn op te wekken. Een radiografie en een echografie kunnen het verloop van de zenuw verduidelijken. Eventueel wordt ook een EMG uitgevoerd.

In eerste instantie krijgt u kinesitherapie, oefentherapie en medicatie. Als de zenuw gekneld zit kan een operatie vereist zijn.

Slijmbeursontsteking

Normaal voelt u de slijmbeurs aan de achterzijde van de elleboog niet zitten. Een ongeval, veel op de ellebogen leunen of een infectie kunnen deze slijmbeurs echter irriteren.

U krijgt dan een ontsteking met een vochtophoping, die zich uit in een grote, soms rode zwelling aan de achterzijde van de elleboog. Een radiografie en echografie kunnen de zwelling bevestigen.

Meestal schrijft de arts u rust voor, in combinatie met het opleggen van ijs. Als er sprake is van een infectie krijgt u antibiotica. Eventueel stelt de arts een operatie voor.

Elleboogartrose

De elleboog bestaat uit drie botten waarvan de uiteinden bekleed zijn met kraakbeen. Als dit kraakbeen ziek of aangetast is door slijtage, een oud ongeval, reuma of een andere gewrichtsontsteking, ontstaat er artrose.

Mogelijke symptomen zijn pijn:

  • bewegingsbeperking en stijfheid bij het bewegen;
  • nachtelijke pijnen;
  • eventueel krachtsvermindering.

De arts voert een lichamelijk onderzoek uit en vraagt of u uw elleboog kunt laten bewegen. Nadien beweegt hij uw elleboog en kijkt wanneer er pijn optreedt, en of er sprake is van stijfheid. Mogelijke aanvullende onderzoeken zijn een radiografie, een echografie en een MRI-scan.

In eerste instantie zal de arts een operatie proberen te vermijden, en de aandoening behandelen met kinesitherapie, oefentherapie en medicatie.

Als dit niet lukt op lange termijn zult u moeten overwegen of u een elleboogprothese wilt laten plaatsen. Afhankelijk van de leeftijd, aandoening en uitgebreidheid van de letsels zal uw arts samen met u de meest geschikte elleboogprothese kiezen. Na de meeste elleboogingrepen krijgt u oefentherapie, al dan niet onder begeleiding van een kinesist.

Heup

Pijn in de heup

Pijn ter hoogte van de heup kan veel oorzaken hebben. Een van de meest frequente oorzaken van pijn is artrose of slijtage van de heup; andere mogelijke oorzaken zijn avasculaire necrose en labrumletsels. De pijn kan ook een oorzaak hebben buiten het gewricht zoals peesaantastingen of uitstralende pijn vanuit de rug.

Mogelijke symptomen:

  • zijn pijn in de heup, lies, ter hoogte van de bil of aan de zijkant van het been.

De orthopedist onderzoekt uw heup. Afhankelijk van de bevindingen kan verder onderzoek aangewezen zijn zoals röntgenfotos, echografie, CT-scan of NMR-scan.

De behandeling kan bestaan uit kinesitherapie, medicatie, een inspuiting of een operatieve ingreep.

Artrose in de heup

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijnklachten en verminderde beweeglijkheid van de heup;
  • pijn bij het bewegen;
  • pijn in de lies;
  • eventueel uitstralingspijn naar de knie.

De artrose is meestal duidelijk zichtbaar op röntgenfoto’s. Soms is er artrose echter niet erg zichtbaar op deze foto’s en zijn er toch belangrijke klachten. Dan kan een aanvullend NMR-onderzoek aangewezen zijn.

De behandeling is afhankelijk van verschillende factoren. Soms kan een (tijdelijke) inname van medicatie, eventueel aangevuld met kinesitherapie volstaan. Ook de aanpassing van uw dagelijkse activiteiten kan soms voldoende pijnverlichting brengen. Als u veel pijn of functionele hinder heeft, kan een gewrichtsvervangende heupoperatie aangewezen zijn.

 

 

 

 

Avasculaire necrose van de heupkop

Bij avasculaire necrose van de heupkop sterft het bot af in een zone van de heupkop. Het afstervende bot verliest z’n stevigheid; hierdoor wordt het bovenliggende kraakbeen niet meer ondersteund en kan dit beschadigd worden.

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijn ter hoogte van de heup;
  • pijn in de lies.

De behandeling is afhankelijk van de grootte en locatie van de aangetaste zone. Vaak is een operatie nodig; dit kan een heupsparende ingreep zijn waarbij de arts probeert om de aangetaste zone te herstellen. Als de kans op herstel klein is of de aantasting te uitgebreid, wordt de heupkop vervangen en plaatst de chirurg een heupprothese.

Totale heupprothese

De heup is een zogenaamd kogelgewricht: hierbij is er een bol (de heupkop) die kan draaien in een pan. Als u een totale heupprothese krijgt, zal uw bol vervangen worden door een kunstbol en zal er een nieuwe bekleding in de pan geplaatst worden.

Er bestaan meerdere types en technieken. De arts bepaalt samen met u een optimale prothese en techniek. Bij complexe problemen bespreken de orthopedisten de problematiek onderling om een optimale oplossing te kunnen bieden.

Normaal gezien mag u na een heupprothese operatie volledig steunen op het geopereerde been (tenzij uw chirurg iets anders adviseert). Aanvankelijk gebruikt u krukken, maar zodra het kan, mogen deze afgebouwd worden. Na verloop van tijd mag u alle dagelijkse activiteiten en bewegingen doen. Als u met uw heupprothese wilt sporten, bespreekt u dit beter met uw orthopedist. Hij zal met u allerlei aspecten bespreken en geïndividualiseerd advies geven.

Gebroken heup

In de meeste gevallen wordt een heup het best operatief behandeld. De exacte behandeling is afhankelijk van veel factoren. Bij sommige breuken worden de botstukken gefixeerd, bij andere breuken wordt de bol van de heup vervangen door een prothese. Soms wordt hierbij alleen de bol vervangen, maar in bepaalde gevallen wordt ook een nieuwe bekleding geplaatst ter hoogte van de pan.

Knie

Knieartrose

Bij artrose brokkelt en slijt de kraakbeenlaag in de knie af. Vaak vinden artsen geen specifieke oorzaak en neemt de slijtage toe met de leeftijd. Artrose kan ook het gevolg zijn van een ongeval met een botbreuk in het gewricht of van een kraakbeenletsels op het moment van het ongeval. Na het verwijderen van een groot stuk meniscus kan vervroegde artrose optreden. Ook na kruisbandletsels is het mogelijk dat vervroegde slijtage optreedt.

Mogelijke symptomen zijn:

  • belastingsgebonden of nachtelijke pijn;
  • last bij het trappen lopen en stappen (fietsen blijft vaak het langst mogelijk).

De arts onderzoekt de knie en stelt eventueel een radiografie voor.

In het begin bestaat de behandeling uit spierversterkende oefeningen, pijnmedicatie en eventueel inname van een onstekingsremmer. Bij onvoldoende resultaat kan de arts overgaan tot inspuitingen.
Ook een kijkoperatie behoort tot de mogelijkheden: de losse stukjes kraakbeen worden zo verwijderd. Deze ingreep is slechts in bepaalde gevallen succesvol en is voornamelijk een oplossing voor jonge, zeer actieve patiënten. Meestal is het een tijdelijke oplossing om een kunstknie uit te stellen.

Als de klachten met deze behandeling niet verbeteren, is een definitieve oplossing het plaatsen van een knieprothese.

Blijft u echter last hebben van hardnekkige pijn en pijnlijke opstoten, dan kan hyaluronzuur beterschap brengen. Hyaluronzuur is verkrijgbaar in zowel spuiten als pilletjes. De producten die hiervoor in aanmerking komen, zijn Synocrom, Synvisc en Adant.

Meniscusscheuren

De meniscus is de schokdemper van uw knie, en zorgt ervoor dat het bovenbeen en het onderbeen beter op elkaar passen. Scheuren kunnen optreden na (sport)ongevallen bij relatief jonge patiënten. Vaak is een draaibeweging dan de oorzaak. Ook na banale verkeerde bewegingen kan een meniscusscheur optreden. Dit is echter voornamelijk van toepassing op oudere patiënten.

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijn en last bij het hurken of bij het draaien
  • eventueel een blokkagegevoel en doorzakkingsgevoel.

De arts onderzoekt de knie. Meestal zal er nog een NMR-scan gebeuren om andere letsels uit te sluiten.

Bij kinderen of zeer jonge patiënten kan de arts in bepaalde types van scheuren een hechting overwegen. Meestal kan enkel het gescheurde deel van de meniscus via een kijkoperatie verwijderd worden. Niet elke meniscusscheur moet echter operatief worden behandeld. De aanpak hangt vooral af van de toestand van het kraakbeen en de last van de patiënt.

Ligamentaire letsels of kruisbanden

In de knie zitten twee kruisbanden. Kruisbandscheuren helen nooit vanzelf. Het meest gekende letsel is de voorste kruisbandscheur. Er bestaan verschillende manieren om een kruisband te scheuren: voetbal- en ski-ongevallen zijn de toppers.

Mogelijke symptomen zijn:

  • krakend geluid en is de knie onmiddellijk heel gezwollen; e
  • en typische klacht is doorzakkingsgevoel.

De arts zal de knie onderzoeken. Meestal gebeurt bijkomend nog een NMR-scan de geassocieerde letsels na te gaan.

Bij jonge en actieve (sportieve) patiënten kiest de arts meestal om de kruisband te herstellen. Zo probeert hij herhaaldelijk doorzakken met nieuwe schade in de knie te voorkomen. Dit gebeurt met een kijkoperatie. U moet rekenen op een revalidatie van 6 à 8 maanden voor u opnieuw risicosporten kunt beoefenen. Bij patiënten met een minder actief leven of bij oudere patiënten adviseert de arts meestal kinesitherapie met spierversterkende oefeningen. Bij blijvende instabiliteitsklachten kan eventueel een reconstructie gebeuren.

Knieschijf uit de kom

Meestal gebeurt een eerste luxatie van de knieschijf na een ongeval. Soms kan het ook spontaan optreden, maar dan zijn er vaak aangeboren uitlokkende oorzaken: een ondiepe groeve van de knieschijf of rotatiefouten.

Mogelijke symptomen zijn:

  • de patiënt zakt plots door de knie en valt;
  • een hevige pijn aan de knie;
  • de patiënt kan de gebogen knie niet meer spontaan strekken;
  • de knieschijf is duidelijk naar buiten verplaatst.

De arts ziet bij een lichamelijk onderzoek meteen dat er sprake is van een luxatie.

De arts duwt de knieschijf meteen terug op zijn plaats. Vaak gebeurt dit onder narcose. Nadien wordt uw knie enkele weken geïmmobiliseerd. Daarna volgt intensieve kinesitherapie om de spierkracht te versterken en te voorkomen dat de luxatie opnieuw optreedt. Als u al verschillende keren uw knieschijf uit de kom hebt gehad, kan de arts eventueel beslissen om de knieschijf operatief te stabiliseren.

Kraakbeenletsels

Aan uw knie kunt u lijden aan slijtageletsels en verse, acute letsels en beschadiging van het kraakbeen. Dit is een hele brede groep, met een heel gamma van mogelijke behandelingen afhankelijk van de plaats, de grootte, de diepte van het letsel en uw leeftijd.

Symptomen zijn:

  • zwelling, pijn en soms doorzakkingsgevoel

De arts doet een lichamelijk onderzoek en vraagt ook soms een MRI of CT-scan aan.

Afhankelijk van de plaats, de grootte, de diepte van het letsel en uw leeftijd zijn er een heel aantal behandelingen mogelijk:

  • afwachten en symptomen behandelen
  • kraakbeensupplementen en hyaluronzuurinspuitingen
  • artroscopische nettoyage (schoonmaken)
  • microfractuur: bij volledige dikteletsels worden kleine gaatjes in het onderliggende bot gemaakt om kraakbeenachtige cellen toe te laten in het defect en zo een soort van littekenweefsel aan te maken
  • kraakbeenceltransplantaties
  • mozaïekplastie: het transplanteren van gezond bot en overliggend kraakbeen van de een zone in uw knie naar een andere zone
  • synthetische pluggen en metalen kapjes

Hebt u echter af en toe last van opstoten, dan is een ontstekingsremmer een goede oplossing. Deze kunnen eventueel in combinatie met de voedingssupplementen worden genomen. Nuttige ontstekingsremmers zijn Spidifen, Ibprofen, Nurofen, Voltaren Emulgel of Flexium gel.

 

Hand

Carpal tunnel syndroom

Het carpal tunnel syndroom is een aandoening die veroorzaakt wordt door verhoogde druk op een zenuw in de pols. Er is een ruimte in de pols die de carpal tunnel genoemd wordt. In deze tunnel lopen de buigpezen van de vingers en een zenuw. Een carpal tunnel syndroom treedt op wanneer de druk in dit kanaal zodanig toeneemt dat de zenuwfunctie gestoord wordt.

Druk op de zenuw kan op verschillende manieren veroorzaakt worden:

  • zwelling van het slijmvlies rond de buigpezen
  • breuken of ontwrichtingen van de pols
  • gewrichtsontstekingen
  • verhoogde vochtopstapeling tijdens de zwangerschap

Bij mensen met schildklierproblemen, reuma en suikerziekte komt een carpal tunnel syndroom vaker voor. In de meeste gevallen wordt er echter geen duidelijke oorzaak gevonden.

Mogelijke symptomen zijn:

  • pijn, voosheid, tintelingen of een combinatie van deze drie, meestal in de duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger
  • vooral pijn ‘s nachts, maar ook bij bepaalde activiteiten tijdens de dag (rijden, typen, lezen, …)
  • soms ook krachtsvermindering of onhandigheid (dingen laten vallen)

Het verhaal van de patiënt met een carpal tunnel syndroom is dikwijls al erg duidelijk. Bij het onderzoek voert de arts verder enkele tests uit. Om de diagnose te bevestigen kan de arts een EMG aanvragen.

Verandering van de werksituatie, rust, dragen van een polsverband of medicatie kunnen de klachten vaak verbeteren. Ook een inspuiting met cortisone kan helpen om de klachten minstens tijdelijk op te lossen. Vaak is echter een operatie nodig om de zenuw meer plaats te geven.

Na de ingreep wordt een verband aangelegd dat 2 weken dicht mag blijven. Nadien worden de hechtingen verwijderd en kunt u uw hand terug normaal gebruiken.

Triggerfinger

Een springvinger is een afwijking die wordt veroorzaakt door een ontsteking van de buigpezen van een vinger.

De oorzaken van dit probleem zijn meestal niet gekend. Het komt meer voor bij mensen met reuma, jicht en suikerziekte. De ringvinger en de duim zijn het vaakst aangetast.

Mogelijke symptomen:

  • pijn en zwelling aan de basis van de vinger;
  • soms is een verdikking voelbaar;
  • verspringend gevoel bij het strekken van de vinger;
  • eventueel een volledige verstijving van de vinger.

Het verhaal van de patiënt met een springvinger is dikwijls al erg duidelijk. De arts voert enkele tests uit. Bij twijfel kan een echografie uitgevoerd worden.

Tijdelijk dragen van een verband, rust, ontstekingsremmende medicatie of een inspuiting met cortisone kunnen de zwelling verminderen en de klachten oplossen.

Wanneer de klachten reeds lang aanwezig zijn of terug opkomen na een inspuiting, kan een kleine heelkundige ingreep nodig zijn.

Na de ingreep wordt een verband aangelegd dat 2 dagen dicht mag blijven. Nadien kunt u of uw huisarts een kleiner verband of pleister aanbrengen. U mag de vinger onmiddellijk na de ingreep bewegen. Na 2 weken wordende hechtingen verwijderd en kunt u uw hand terug normaal gebruiken. Het verspringend gevoel is na de ingreep snel voorbij. Het litteken kan wel wat langer gevoelig blijven. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking, kan er bij sommige mensen wat langer zwelling en pijn optreden. Soms is kinesitherapie nodig om de vingermobiliteit verder te verbeteren.

Ziekte van Dupuytren

De ziekte van Dupuytren is een abnormale verdikking van de fascia (het weefsel tussen de huid en de pezen in de handpalm) die het strekken van één of meerdere vingers kan beletten.

De oorzaak van de ziekte van Dupuytren is niet gekend en er is geen volledige genezing mogelijk. De aandoening komt bijna uitsluitend voor bij blanke mensen, met Noord-Europese voorouders en mannen worden meer getroffen dan vrouwen. De aandoening begint meestal vanaf 40 jaar. Vaak lijden meerdere familieleden aan de ziekte. Er is dus een erfelijke factor. Ook komt de ziekte iets meer voor bij mensen met epilepsie en leveraandoeningen.

Het eerste teken is meestal een kleine verharding in de handpalm, die soms wat pijnlijk kan zijn. Geleidelijk aan ontwikkelt zich een onderhuidse streng die langzaam samentrekt. Hierdoor wordt de vinger meer en meer geplooid, zonder dat hij nog volledig gestrekt kan worden. Dit komt het meest voor in de pink en ringvinger, maar ook andere vingers kunnen aangetast worden. Naarmate de contractuur van de vingers toeneemt, ontstaat meer hinder bij het gebruik van de hand.

Het uitzicht van de hand is zo typisch dat enkel een onderzoek bij de dokter nodig is om de diagnose te bevestigen. Verdere onderzoeken zijn overbodig.

Er is geen blijvende genezing mogelijk voor de ziekte van Dupuytren. Medicatie of oefeningen helpen niet. Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden. Als de aandoening uitgebreid is, dan is een operatie om het aangetaste weefsel weg te nemen de beste behandeling. De aandoening kan echter ook na de operatie nog terugkomen.

Een tweede mogelijke behandeling is aponeurotomie met een naald. Deze behandeling kan onder lokale verdoving tijdens de raadpleging. Eerst wordt de hand verdoofd met enkele inspuitingen in de handpalm, die wel wat pijnlijk kunnen zijn. Nadien voelt u geen pijn meer. De hand wordt ontsmet met alcohol, en met een naald worden de Dupuytren strengen op verschillende plaatsen doorgesneden. Dankzij deze behandeling kan de hand beter gestrekt worden. Er blijven nadien enkele kleine wondjes die snel genezen.

Een derde behandeling is inspuitingen met collagenase (Xiapex). Bij deze nieuwe behandelingswijze worden er in de streng inspuitingen gegeven met collagenase. Dit breekt de streng af, en nadien kan dan de vinger terug gestrekt worden. Studies hebben aangetoond dat deze behandeling veilig is en voor veel patiënten een alternatief kan zijn voor een heelkundige ingreep.

Na de operatieve ingreep wordt een verband aangelegd, waarin de geopereerde vingers gestrekt gehouden worden. Dit verband mag een ganse week gesloten blijven. Wekelijks komt u op controle tot de wonde goed genezen is. Soms wordt na een ingreep een deel van de wonde opengelaten.

 

Polscyste

Een polscyste of ganglioncyste is een frequente oorzaak van weke delenzwelling rond de pols. Ze bestaan uit een dunne wand of kapsel, dat gevuld is met vocht. Gelijkaardige cysten kunnen ook in de handpalm voorkomen. De grootte van de cyste kan wisselen, en meestal worden ze langzaam groter maar soms verdwijnen ze spontaan. Ze kunnen nooit kwaadaardig worden. Er is geen specifieke oorzaak bekend.

De cysten kunnen pijn veroorzaken, vaak bij het ontstaan of na een zwaardere inspanning.

De plaats en het uitzicht van een ganglioncyste zijn erg typisch, en de arts kan de diagnose dan ook vaak na onderzoek van de hand en pols stellen. Om andere oorzaken van zwelling uit te sluiten kan de arts een echografieaanvragen.

Als de cyste klachten veroorzaakt (pijn of bewegingsbeperking) of erg groot wordt, is een behandeling aangewezen. Een punctie van de cyste of het dragen van een polsverband kunnen, zeker tijdelijk, het volume doen verminderen. Vaak is een operatie nodig om ze helemaal te verwijderen.

Artrose aan de duim

Bij artrose treedt er geleidelijk een verdunning van het kraakbeen op, en de beenderen wrijven tegenover elkaar. Dit veroorzaakt ontsteking (artritis) van het gewricht. In de hand is vooral het gewricht aan de basis van de duim vaak aangetast.

De eigenlijke oorzaak van artrose is onbekend. Artrose aan de basis van de duim komt meer voor bij
vrouwen dan bij mannen en er is zeker een erfelijke factor. Meestal beginnen de symptomen pas na de leeftijd van 40 jaar. Ongevallen van dit gewricht, zoals breuken of zware verstuikingen kunnen de kans om artrose te krijgen, verhogen.

Mogelijke symptomen van artrose aan de duim:

  • Pijn aan de duimbasis bij het grijpen van voorwerpen tussen duim en vingers, zoals het openen van een fles, het draaien aan een sleutel en het openen van een deur;
  • Zware belasting van de duim en weersveranderingen (temperatuur en vochtigheid) kunnen ook pijn veroorzaken.

Als de ziekte erger wordt, is er ook bij lichtere activiteiten pijn. De kracht in de hand zal verminderen en er kan zwelling optreden rond de duimbasis.

Geleidelijk aan zal ook de beweeglijkheid van de duim afnemen en kan er wat uitwendige misvorming optreden.

Uw verhaal is dikwijls al erg duidelijk. Bij het onderzoek worden verder enkele tests uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Uiteindelijk zal een radiografie van de hand de diagnose bevestigen.

In het beginstadium zal rust, medicatie en dragen van een duimspalk vaak verbetering brengen. Ook een inspuiting met cortisone verbetert meestal tijdelijk de pijn. Als de klachten erg uitgesproken zijn kan een operatie nodig zijn.

De eerste uren na de ingreep kunnen pijnlijk zijn, zodat u beter één nacht in het ziekenhuis blijft.
Na de ingreep wordt een gipsverband aangelegd dat 2 weken dicht mag blijven. Na 2 weken worden de hechtingen verwijderd en wordt een kleiner en lichter verband aangelegd voor 4 weken. Vanaf 6 weken na de ingreep kan u de hand terug normaal beginnen gebruiken, maar er zal nog verschillende maanden lichte last en krachtvermindering zijn.

 

Voet

Hallux valgus

Een hallux valgus is een aandoening waarbij de grote teen scheefgroeit. Het middenvoetsbeen van de grote teen groeit naar binnen en de teen zelf wijst naar de buitenzijde van de voet. Hierdoor ontstaat een knobbel (bunion) aan de zijkant van de voet bij het begin van de teen.

Mogelijke symptomen van de hallux valgus:

  • Meestal beginnen de klachten met pijn aan de knobbel tijdens het dragen van te smalle schoenen. Dit soort van pijn wordt veroorzaakt door druk en wrijving van de schoen. Wanneer deze wrijving blijft aanhouden, kan er zich na verloop van tijd een ontsteking voordoen. Dit veroorzaakt dan een pijnlijke, rode zwelling aan de binnenzijde van de grote teen;
  • Na verloop van tijd kunnen er zich ook pijnklachten tijdens het stappen of sporten ontwikkelen;
  • Tot slot ontstaat er na verloop van tijd ook pijn onder de andere tenen en kan er ook misvorming van de andere tenen optreden.

Een radiografie moet de ernst van de afwijking bepalen.

De behandeling is afhankelijk van de ernst van de aandoening. In milde of matige gevallen zal de arts altijd eerst proberen om met aangepaste schoenen de druk op de knobbel proberen te verminderen. Steunzolen kunnen ook helpen zijn om de pijn te verminderen en om verdere evolutie van de aandoening te voorkomen. In ernstige gevallen of wanneer de niet-operatieve maatregelen niet helpen zijn, kiest de arts voor een operatie. Wanneer een heelkundige ingreep te risicovol is, kan de arts ook kiezen voor op maat gemaakte, orthopedische schoenen.

Hallux rigidus

Een hallux rigidus is een aandoening die gekenmerkt wordt door slijtage van het kraakbeen aan het grote teengewricht. Bij dit slijtageproces wordt het kraakbeen geleidelijk dunner, waardoor er zich na verloop van tijd functionele problemen voordoen, omdat het gewricht stijver wordt. Het kan veroorzaakt worden door een trauma of door jicht, maar in de meeste gevallen is er geen duidelijke oorzaak aanwijsbaar.

Mogelijke symptomen bij hallux rigidus:

  • Pijn bij het stappen;
  • Problemen tijdens het afrollen van de voorvoet;
  • Dames ervaren vaak problemen met het dragen van schoenen met hoge hakken;
  • Vaak ontstaat er een knobbel met een drukprobleem in de schoen en irritatie van de huid tot gevolg.

Een radiografie moet de ernst van de afwijking bepalen.

Initieel start u behandeling met aangepaste schoenen en steunzolen. Bij onvoldoende verbetering of bij ernstige gevallen kiest de arts voor een operatieve ingreep. Wanneer de slijtage van het kraakbeen nog beperkt is zal de chirurg proberen om alleen de botaanwas te verwijderen en de beweeglijkheid van het gewricht te verbeteren. Wanneer de kraakbeenslijtage te uitgesproken is, zet de arts het gewricht vast.

Morton neurinoom

Een Morton neurinoom is een verdikking van de zenuw tussen 2 middenvoetsbeentjes. Deze verdikking is meestal het gevolg van een ontsteking. Meestal bevindt de verdikking zich tussen de 3e en 4e teen. Het komt veel meer voor bij vrouwen dan bij mannen, omdat de ontsteking vaak veroorzaakt wordt door druk op de zenuw na het dragen van te nauwe en te hoge schoenen.

Mogelijke symptomen:

  • scherpe pijn aan de voorvoet, waarbij de pijn uitstraalt naar de 3e en 4e teen;
  • de pijn vermindert van zodra u de schoen uitdoet en op blote voeten stapt.

De arts kan de diagnose vaak al stellen aan de hand van de typische klachten. Soms kunt u tijdens het klinisch onderzoek ook een verspringend gevoel uitlokken wanneer de middenvoetsbeentjes samengedrukt worden. Aanvullend kan er ook een echografie of een NMR-scan gedaan worden.

Meestal volstaat het om de schoen in de breedte aan te passen. Vaak zal dit gebeuren in combinatie met een steunzool, om de ruimte tussen de middenvoetsbeentjes te vergroten zodat er minder druk om de verdikte zenuw komt. U kunt ook een inspuiting krijgen. Als deze behandelingen geen oplossingen bieden, kan een operatie waarbij de verdikte zenuw verwijderd wordt, een definitieve oplossing zijn.

Platvoeten

Platvoeten worden gekenmerkt door een afplatting in het midden van de voet. Bij een normale voet komt het midden van de voet niet tegen de grond. Bij een platvoet is de voetboog ingezakt en rust hij gedeeltelijk of volledig op de grond.

Er zijn 2 soorten platvoeten, namelijk de soepele platvoet en de stijve platvoet. Bij een soepele platvoet zal de voetboog zich ontwikkelen wanneer u op de tenen staat. In het geval van een stijve platvoet zal de voetboog zich niet ontwikkelen bij teenstand. Soepele platvoeten komen veruit het meeste voor en kunnen zich zowel kinderleeftijd als op latere leeftijd ontwikkelen. Bij kinderen gaat het meestal om aangeboren platvoeten (vaak erfelijk). Wanneer de platvoeten op latere leeftijd ontstaan, gaat het meestal om een verworven platvoet. Dit laatste kan het gevolg zijn van een chronische ontsteking van een pees aan de binnenzijde van de enkel. Stijve platvoeten zijn bijna steeds het gevolg van aangeboren afwijkingen, zoals vergroeiingen tussen het achtervoetbeenderen.

Mogelijke symptomen bij platvoeten:

  • soms geen symptomen;
  • soms een vermoeidheidsgevoel na lang stappen, na verloop van tijd kan er pijn optreden aan de binnenzijde van de voet of enkel, maar later ook aan de buitenzijde van de voet of enkel.

Het lichamelijk onderzoek wordt meestal aangevuld met een radiografie van de beide voeten. Soms zullen aanvullende onderzoeken zoals een echografie, CT-scan of NMR-scan nodig zijn.

In de meeste gevallen is een behandeling met steunzolen en aangepaste schoenen aangewezen. Bij ernstige platvoeten of bij stijve platvoeten is het soms noodzakelijk om operatief in te grijpen. Het doel hierbij is om de voet opnieuw stabiliteit te geven. Wanneer een operatie om medische redenen te risicovol is, kan een op maat gemaakte en door het RIZIV terugbetaalde schoen een alternatief zijn.

Holvoeten

Holvoeten worden gekenmerkt door een verhoging van de middelste voetboog. Men spreekt vaak ook van een ‘voet met een hoge wreef’. Het gevolg van een verhoogde voetboog is dat het oppervlak waarop u steunt en waarop het lichaam gedragen wordt, verkleind en er klachten ontstaan aan de hiel en of de voorvoet wegens een te hoge druk op deze zones. Vaak gaat dit ook gepaard met een standafwijking van het hielbeen, waarbij de hiel te veel naar buiten staat en er te veel druk op de buitenkant van de hiel en de rest van de voet komt. Holvoeten zijn vaak erfelijk. In sommige gevallen komen holvoeten voor in het kader van neurologische aandoeningen zoals spierziekten, aandoeningen van het ruggenmerg of na een verlamming.

Mogelijke symptomen:

  • pijn aan de hiel en/of voorvoet;
  • eventueel een misvorming van de tenen, zoals klauwtenen;
  • vaak last met het dragen van gesloten schoenen (een slechte pasvorm en de hoge wreef);
  • soms abnormale eeltvorming onderaan de voorvoet;
  • vaak is een holvoet ook minder soepel dan een normale voet.

Het lichamelijk onderzoek wordt meestal aangevuld met een radiografisch onderzoek van de voet. In het geval men een onderliggende neurologische afwijking vermoedt, zal er een EMG-onderzoek gevraagd worden.

Steunzolen in combinatie met aangepaste schoenen zijn een vereiste om het steunvlak te vergroten. Stretchoefeningen en spalken kunnen gebruikt worden om de voeten zo lang mogelijk soepel te houden. Orthopedische schoenen zijn een andere oplossing, zeker in het geval van neurologische holvoeten. Bij ernstige aandoeningen gaat de arts over tot een heelkundige correctie van de voet, om het voetoppervlak te vergroten en om de voet zoveel mogelijk te stabiliseren.

Hielspoor

Deze aandoening wordt gekenmerkt door een ontsteking onderaan de hiel.

Mogelijke symptomen:

  • stekende pijn onderaan de hiel, vooral bij de eerste stappen ’s morgens wanneer u uit bed komt of na een tijdje te hebben stilgezeten;
  • na verloop van tijd verbeteren de klachten, maar meestal komt de pijn terug tegen het einde van de dag.

De arts onderzoekt de hiel en voert een aantal testen uit. Een aanvullend echografisch en radiografisch onderzoek kan extra informatie geven.

Belangrijk in de behandeling van deze aandoening is het stretchen van de pees en de achillespees. Dit stretchen doet u met behulp van steunzolen en fysiotherapie. Aanvullend kan hiervoor ook een brace voorgeschreven worden. Wanneer deze stretching niet onmiddellijk resultaat oplevert, kunnen corticoïden inspuiten in de ontstoken peesaanhechting helpen. ESWT of shockwavetherapie is ook een mogelijkheid.

Enkelartrose

Artrose van het enkelgewricht is de slijtage van het gewrichtskraakbeen. Artrose kan het gevolg zijn van een trauma, overbelasting, een foutieve stand van de voet of de enkel. Soms kan het ook spontaan ontstaan als gevolg van het natuurlijke verouderingsproces.

Mogelijke symptomen:

  • Meestal kenmerkt de aandoening zich aan de hand van pijn die stilaan toeneemt in de loop van de jaren. Vooral tijdens het stappen hebt u er last van, en geleidelijk aan kunt u ook steeds minder ver stappen. De enkel wordt ook stijver.

Een radiografisch onderzoek is essentieel om de ernst van de aandoening te kunnen bepalen. Soms zijn aanvullende onderzoeken zoals CT-scan, botscan en NMR nodig.

In het begin is het aangewezen zijn om de pijn te verlichten met pijnstillers of ontstekingsremmers. Kinesitherapie, ijsapplicaties en aanpassing van de activiteiten zijn de eerste behandelingen. In latere stadia kunnen steunzolen, aangepaste schoenen en infiltraties in het gewricht ook een oplossing bieden. Eventueel kan de arts beslissen dat een operatie aangewezen is.

Rug

Rugklachten: oorzaken

  • Vaak is het moeilijk om de directe oorzaak van rugklachten aan te duiden: meestal komen verschillende oorzaken samen voor en bepaalt hun onderlinge wisselwerking de uiteindelijke klachten.
  • Een slechte houding lijkt zeker een oorzaak, vooral wanneer iemand dezelfde houding gedurende een hele tijd moet volhouden (vb vrachtwagenchauffeur, metselaars, stratenmaker). Algemeen klopt het dat in beweging zijn gezonder is voor onze onderrug dan lang zitten of staan.
  • Ook onze lichamelijke conditie kan belangrijk zijn bij het ontstaan van rugklachten: slappe buik- en rugspieren, overgewicht en gebrek aan lichamelijke beweging dragen bij aan het ontstaan van rugklachten.
  • Kunnen rugklachten ook psychisch zijn? Wanneer mensen ongelukkig zijn, ze een eentonig en vervelend werk hebben of relationele problemen hebben, komen rugklachten vaker voor. Psychische factoren blijken eerder een versterkende rol te vervullen bij rugklachten, dan dat ze er de oorzaak van zijn.
  • Een ongeval kan ook aan de basis liggen van het ontwikkelen van rugklachten.

 

Rugklachten: diagnose

Om een goed beeld te krijgen van de klachten en om u goed te informeren over de aard van de aandoening en de eventuele behandeling, kan de arts kiezen voor een gesprek, het klinisch onderzoek en de technische onderzoeken.

Tijdens een gesprek probeert de specialist aan de hand van vragen een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving te maken van de klachten en vormt zich zo een eerste idee over het onderliggende ziektebeeld. Vervolgens voert de arts een aantal testen uit, zoals bijvoorbeeld een bewegingsonderzoek.

Vaak zijn er verschillende mogelijke diagnoses in dit stadium: daarom zal de arts op een gerichte manier gebruik maken van verschillende technische onderzoeken (bloedonderzoek, EMG, RX, CT-scan, MR-scan, botscan) om tot een eenduidige diagnose te komen die de behandeling aanstuurt.

 

Rugklachten: behandeling

Er bestaat niet zoiets als één behandeling voor alle rugklachten. Zoals steeds is het beter klachten te voorkomen dan te genezen: verzorgen van uw houding en uw conditie dragen zeker bij tot het voorkomen en het draaglijker maken van de klachten.

Vaak zijn de klachten zo langdurig of intens aanwezig, dat voorkomen niet meer helpt. De arts kan dan gebruik maken van medicatie, kinesitherapie, fysiotherapie, injectietechnieken of operaties.

Gelukkig zijn vele klachten te behandelen zonder dat er tot operatie moet over gegaan worden. Als u toch een operatie nodig hebt, wordt de keuze van het type operatie bepaald door uw klachten en door de onderliggende anatomische stoornissen.

 

Als laatste mogelijkheid alvorens een operatie is de cortisonespuit. Volstaat ook deze niet zal de arts een operatie aanraden. Daarbij is ook die nabehandeling met een kinesist erg belangrijk.

Bovenstaande producten en allerhande vitamientjes kan je terugvinden in de online apotheek.

Als u verdere klachten heeft, raadpleeg uw arts.